Leerlingenzorg

Leerlingenzorg

Leerlingvolgsysteem

Wij streven op de St. Michaëlschool naar een vloeiende en doorlopende ontwikkeling. Wij willen leer- en ontwikkelingsproblemen zo vroeg mogelijk signaleren en diagnosticeren. De afgelopen jaren is op de St. Michaëlschool door gezamenlijke inspanning een goede basis gelegd in de vorm van een samenhangend systeem van leerlingenzorg. Hiervoor gebruiken we de onderstaande instrumenten.

Onderbouwd

In groep 1/2 wordt de ontwikkeling van de kinderen gevolgd door de groepsleerkracht van de groep. Dit gebeurt in de kleutergroepen met Onderbouwd. Ook gebruiken we de toetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem, te weten “Taal voor kleuters” en “Rekenen voor kleuters”.

SCOL-lijsten

De SCOL-lijsten ten behoeve van de sociale competentie worden ingevuld in de groepen 3 t/m 8. De sociale competentie is onderverdeeld in acht gebieden: ervaringen delen, aardig doen, samen spelen en werken, een taak uitvoeren, jezelf presenteren, een keuze maken, opkomen voor jezelf en omgaan met ruzie. De groepsleerkrachten vullen deze lijsten twee keer per jaar in. De leerlingen van groep 6, 7 en 8 vullen zelf ook een ‘leerlingSCOL-lijst’ in. In groep 1-2 wordt de ‘observatielijst sociale-emotionele ontwikkeling’ gebruikt.

De leesontwikkeling

De signaleringstoetsen uit de leesmethode worden afgenomen in oktober, december, maart en juni. Dit gebeurt in groep 3 om een goed beeld van het leesproces van de leerlingen te krijgen.

Cito-leerlingvolgsysteem

Volgens het Cito-leerlingvolgsysteem dienen de volgende toetsen afgenomen te worden: DMT (lezen), Rekenen en wiskunde, SVS (spelling), Leestempo, Woordenschat, Studievaardigheden, Luisteren en TBL (begrijpend lezen). Deze toetsen worden één of twee keer per leerjaar afgenomen. Daarnaast maken we in groep 7 gebruik van de Cito Entreetoets en in groep 8 gebruiken we de Centrale Eindtoets .

Methodegebonden toetsen

De resultaten van de methodegebonden toetsen worden verwerkt in de leerlingrapporten. In maart en juni worden de uitslagen van de Cito-toetsen toegevoegd aan deze rapporten. Zodra er stagnatie of achteruitgang bij een leerling wordt opgemerkt, wordt dit besproken met de ouders. In samenspraak met de intern begeleider volgen er afspraken over het bieden van adequate hulp.

Leerproblemen

Leerproblemen worden gesignaleerd door de groepsleerkracht naar aanleiding van observaties, methodegebonden toetsen en toetsen van het Cito-leerlingvolgsysteem. De Cito-toetsen hebben een landelijke normering, waarbij de leerlingen al naar gelang hun prestatie ingedeeld worden in de categorie I, II, III, IV of V. Iedere leerling heeft een eigen vaardigheidsscore die bij een groeiende ontwikkeling een stijgende lijn laat zien. Wanneer de leerkracht te weinig ontwikkeling ziet bij een leerling, wordt in samenspraak met de intern begeleider een plan opgesteld om de leerling zo goed mogelijk te begeleiden. Na de periode van extra begeleiding wordt de extra gegeven begeleiding met de leerkracht en intern begeleider geëvalueerd en indien nodig wordt het plan aangepast.

Als blijkt dat de hulp onvoldoende resultaat oplevert, wordt er met ouders, leerkracht en intern begeleider gesproken over de problematiek. Wanneer de problemen van de leerling ernstiger zijn en nog meer zorg behoeven, wordt de situatie besproken met iemand vanuit PPO (Passend Primair Onderwijs).

Passend onderwijs

Elk kind heeft recht op goed onderwijs, ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
De regering wil dat zoveel mogelijk kinderen naar een gewone basisschool in de buurt kunnen gaan.

Met ingang van 1 augustus 2014 hebben alle scholen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen er voor moeten zorgen dat elk kind een passende onderwijsplek krijgt, ook als duidelijk is dat er voor een kind extra ondersteuning nodig is. Veelal zal dit op de school zijn waar het kind al zit of aangemeld wordt (bij een nieuwe leerling). Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, dan wordt gekeken naar een andere school die de gewenste ondersteuning wel kan bieden. Dit kan ook een school voor speciaal basisonderwijs zijn.

Alle scholen moeten in verband hiermee aan de door het samenwerkingsverband vastgestelde basisondersteuning voldoen. Deze is voor alle basisscholen gelijk. Aanvullend op de basisondersteuning kunnen scholen ook extra vormen van ondersteuning bieden. Scholen leggen het totale aanbod aan ondersteuning vast in een schoolondersteuningsprofiel. Het afgelopen schooljaar hebben alle basisscholen een verkorte (gecomprimeerde) versie van dit schoolondersteuningsprofiel opgesteld. Het gecomprimeerde schoolondersteuningsprofiel is voor ouder(s)/verzorger(s) ter inzage bij de directie van de school.

Contactgegevens PPO Rotterdam

Bezoekadres: Hillevliet 126-A, 3074 KD Rotterdam

Postadres: Postbus 50529, 3007 JA Rotterdam

E-mail: info@pporotterdam.nl

Internet: www.pporotterdam.nl

Voor scholen voor speciaal (basis)onderwijs verloopt het aanmeldingstraject via het samenwerkingsverband waar de school toe behoort. Het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Rotterdam (PPO Rotterdam) geeft vanaf 1 augustus 2014 zogenaamde toelaatbaarheidsverklaringen af voor het sbo en so (cluster 3 en 4). Zonder deze verklaring kan een sbo- of so-school een leerling niet aannemen. Basisscholen of zorginstellingen kunnen een kind aanmelden bij de toelatingscommissie van het samenwerkingsverband. Ouder(s)/verzorger(s) kunnen zelf geen toelaatbaarheidsverklaring aanvragen, maar kunnen voor vragen natuurlijk wel terecht bij het samenwerkingsverband (www.pporotterdam.nl).

Samenwerkingsverband PPO Rotterdam hoopt met haar brede aanbod aan onderwijsvoorzieningen alle kinderen in Rotterdam passend onderwijs te kunnen bieden.

Mochten ouder(s)/verzorger(s) het niet eens zijn met een beslissing van een school, dan kunnen zij bezwaar aantekenen bij het bevoegd gezag van de (eerste)
school. Als er samen met school geen passende oplossing gevonden kan worden, kan het samenwerkingsverband ingeschakeld worden of kan aan de landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering een oordeel gevraagd worden. Ouder(s)/verzorger(s) zijn natuurlijk altijd vrij om hun kind bij een andere school aan te melden, als ze niet tevreden zijn over de eerste school. Wanneer ouder(s)/verzorger(s) hun kind op een andere school aanmelden, krijgt die school de
zorgplicht.

Ongeacht de afspraken die er over de uitvoering van de zorgplicht binnen een samenwerkingsverband worden gemaakt, is voor individuele schoolbesturen in alle sectoren de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische ziekte (WGBH/CZ) van kracht. Artikel 2 van deze wet bepaalt dat individuele schoolbesturen ertoe verplicht zijn doeltreffende aanpassingen te verrichten voor een leerling met een beperking (zoals bedoeld in de WGBH/CZ), tenzij deze een onevenredige belasting vormen voor de school. De WGBH/CZ is volgens het College voor de Rechten van de Mens (voormalige Commissie Gelijke Behandeling) niet van toepassing op de toelating en deelname aan het (v)so.

Wanneer geldt de zorgplicht niet?

De zorgplicht en de trajectplicht gelden niet als de school of de groep waar het kind voor wordt aangemeld vol is. Voorwaarde is wel dat een school een duidelijke en consistent aannamebeleid heeft en in haar schoolondersteuningsprofiel aangeeft wanneer de school daadwerkelijk vol is.

In deze gevallen verdient het de voorkeur als de school bij haar schoolbestuur en/of bij het samenwerkingsverband meldt dat zij geen onderwijsplek aan een kind kan bieden en dat er – zo nodig – toch ondersteuning aan ouders geboden wordt om een passende onderwijsplek voor hun kind te vinden.

Ook geldt de zorgplicht niet wanneer ouder(s)/verzorger(s) de grondslag van de school weigeren te onderschrijven. Het gaat hier niet alleen om de religieuze grondslag of levensbeschouwelijke identiteit van de school, maar ook om de onderwijskundige grondslag.

Tenslotte is de zorgplicht niet van toepassing bij aanmelding voor cluster 1 (visuele beperkingen) en cluster 2 instellingen (gehoor- en communicatieve beperkingen). Deze instellingen maken geen deel uit van samenwerkingsverbanden passend onderwijs en hebben een eigen toelatingsprocedure.

Onderwijsconsulenten

Met de inwerkingtreding van de wetswijziging Passend Onderwijs per 1 augustus 2014 kan ook een beroep worden gedaan op de onderwijsconsulent (www.onderwijsconsulenten.nl) wanneer er sprake is van plaatsingsproblematiek van een (leerplichtige) leerling met extra ondersteuningsbehoefte in primair of voortgezet onderwijs of wanneer ouder(s)/verzorger(s) en/of school problemen ervaren met betrekking tot het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief (OPP).

De wet passend onderwijs is dit schooljaar ingegaan. Passend beleid hieromtrent is in de school nog in verdere ontwikkeling.

Doubleren

Soms is het voor een kind het beste om een schooljaar over te doen. We gaan daar in de volgende groepen verschillend mee om.

  • In groep 2 wordt door middel van toetsen, observaties (sociaal emotioneel) en ‘Onderbouwd’ in kaart gebracht of de leerling voldoende vaardigheden beheerst om een goede start te kunnen maken met lezen, schrijven en rekenen. Voldoet een leerling niet aan deze criteria, dan kan een onderbouwverlenging worden overwogen.
  • In groep 3 en 4 blijft een leerling zitten als we mogelijkheden zien om daardoor zijn of haar leerachterstanden in te halen.
  • Vanaf groep 5 komt het nog maar zelden voor dat een kind blijft zitten. Soms bieden we een leerling, die niet de mogelijkheden heeft om het groepsniveau te blijven volgen, een individuele leerlijn aan voor een of meer vakgebieden.Uiteraard informeren we ouders tijdig als we een doublure overwegen of als de leerling een individuele leerlijn krijgt. De school beslist over de plaatsing van een leerling in een groep.

Anti –pestprogramma

Het team van de St. Michaëlschool zet zich in voor een prettige en geborgen sfeer. Vanaf schooljaar 2015/2016 moeten scholen verplicht een goedgekeurd anti-pestprogramma gebruiken. Wij werken  met de methode: De Vreedzame School. Dit is één van de door het ministerie goed bevonden werkwijzen.

Visie op het onderwijs aan (hoog)begaafde kinderen

De St. Michaëlschool kent een ambitieuze schoolcultuur waarbij wij voor ieder kind optimale resultaten nastreven. Kinderen zijn uniek en wij accepteren dat er verschillen zijn tussen kinderen. Vanuit deze acceptatie willen we zoveel mogelijk recht doen aan een doorgaande, individuele ontwikkelingslijn voor de leerlingen. Deze lijn start vanuit de sociaal-emotionele basis en gaat door in de cognitieve ontwikkeling, waarbij we rekening houden met de wisselwerking tussen beide zaken. Een van de doelgroepen vormen de (hoog)begaafde kinderen. Dan gaat het om al die kinderen die een andere uitdaging nodig hebben dan het reguliere programma.

Het vaststellen van de onderwijsbehoefte

Optimale ontwikkeling en het welbevinden van de (hoog)begaafde leerling kunnen slechts bereikt worden als er goede communicatie is tussen alle betrokkenen. Naast leerkrachten en leerlingen zijn dit met name ook de ouders en zo mogelijk externe instanties. In dit traject is een centrale rol weggelegd voor de begaafdheidscoördinator op onze school. Gesprekken met kinderen, waarbij het welbevinden en reflecterend vermogen centraal staan, zijn onderdeel van diens taak.

Alvorens de onderwijsbehoefte te kunnen vaststellen, proberen wij met alle betrokkenen een antwoord te geven op de vragen:

  • Wat kan de leerling?
  • Wat motiveert de leerling?
  • Wat zijn mogelijke stressfactoren?
  • Wat is de mate van zelfstandigheid?
  • Hoe is het zelfbeeld?

Onderwijsaanbod

Onze school kiest voor de combinatie compacten en verrijken binnen de jaargroep. Compacten is gericht op het verminderen van de hoeveelheid herhalings- en oefenstof. Hierdoor krijgt de leerling extra tijd voor verrijkingsopdrachten. Bij het doen van verrijkingsopdrachten (methode en/of roze bak werk) worden leerlingen aan elkaar gekoppeld.

Verrijkingsopdrachten die wij aanbieden hebben afwisselend de volgende kenmerken:

  • Doen een beroep op de creativiteit
  • Zijn open opdrachten
  • Hebben een hoog abstractieniveau
  • Hebben een hoge mate van complexiteit
  • Bieden meerwaarde ten opzichte van de reguliere leerstof
  • Stimuleren een onderzoekende houding
  • Doen een beroep op de zelfstandigheid en het doorzettingsvermogen van de leerling
  • Lokken een reflectieve houding uit
  • Doen een beroep op metacognitieve vaardigheden
  • Lokken interactie uit

Daarnaast formeren we groepjes van leerlingen uit de groepen 7 t/m 8 die meer uitdaging nodig hebben. Zij volgen een specifiek aanbod van lessencycli in samenwerking met het Wetenschapsknooppunt van de Erasmusuniversiteit (bijv. geneeskunde). Dit is tevens de groep die in aanmerking komt voor verbredende verrijkingsopdrachten, bijvoorbeeld Topklassers Wiskunde en/of een vreemde taal. Voor deze specifieke groep bestaat ook de mogelijkheid om deels zelf het onderwerp van verrijking te bepalen.
Binnen de school is een begaafdheidscoördinator aangesteld: Alessandra Piras. Zij is vrij geroosterd om mede uitvoering te geven aan ons begaafdheidsbeleid.

De school is tevens aangesloten bij Het Wetenschapsknooppunt van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wij nemen daar een onderwijsarrangement af voor een specifieke groep leerlingen in groep 7 en 8. Het onderwijsarrangement bestaat uit een lessenreeks en professionalisering voor twee leerkrachten. De lessenreeksen gaan over filosofie, geneeskunde, economie of psychologie en worden gegeven door een hoogleraar, promovendus en/of studenten van de EUR. Een lessenreeks start meestal met een gastcollege door een hoogleraar op de Universiteit.